Algemeen
Zoete-aardappelplanten zijn echte warmteminnaars. Ze groeien het beste bij warme temperaturen en zijn gevoelig voor kou. Bij temperaturen dicht bij het vriespunt kunnen groeischade en bladbeschadigingen ontstaan. Vorst veroorzaakt ernstige schade aan zowel planten als knollen.
Ons plantgoed wordt opgekweekt uit zorgvuldig geselecteerde, virusvrije moederplanten. Hierdoor verklein je de kans op ziekten en virussen en leg je een goede basis voor een gezonde teelt en een betrouwbare opbrengst.
Plantperiode
In Nederland is het groeiseizoen voor zoete aardappelen relatief kort. Daarom is het verstandig om pas vanaf half mei te planten, wanneer de kans op koude nachten en nachtvorst sterk is afgenomen. Veel telers wachten zelfs tot eind mei om zeker te zijn van voldoende bodemwarmte.
Ook in het najaar is timing belangrijk. Zodra de temperaturen structureel onder de 10 °C komen, neemt de kwaliteit van de knollen af. Daarom worden zoete aardappelen meestal geoogst tussen eind september en half oktober, afhankelijk van het ras en de weersomstandigheden.
Hoe planten?
Zoete aardappelen worden in Nederland vaak geteeld op ruggen, vergelijkbaar met de teelt van gewone aardappelen. Ruggen zorgen voor een luchtige bodemstructuur en voorkomen dat de grond te nat wordt. Vooral op zwaardere kleigronden is dit sterk aan te raden.
De beste resultaten worden doorgaans behaald op lichte, goed doorlatende zand- of zavelgronden. In zware grond kunnen de knollen minder mooi uitgroeien en neemt de kans op beschadigingen tijdens de oogst toe.
Voor een goede ontwikkeling van de planten wordt meestal gewerkt met de volgende plantafstanden:
- 75 centimeter tussen de rijen
- 30 centimeter tussen de planten in de rij
Bij bredere rijen kunnen de planten dichter op elkaar worden geplaatst. De ranken krijgen dan voldoende ruimte om zich te ontwikkelen zonder elkaar te veel te belemmeren.
Om de grond sneller op te warmen, kan gebruik worden gemaakt van biologisch afbreekbare folie. Hierdoor stijgt de bodemtemperatuur sneller en wordt de onkruiddruk verminderd. Een aandachtspunt is dat regenwater minder gemakkelijk in de ruggen terechtkomt, waardoor aanvullende beregening soms noodzakelijk is.
Bemesting
Zoete-aardappelplanten hebben een andere voedingsbehoefte dan veel andere gewassen. Ze vragen relatief weinig stikstof en fosfaat, maar juist meer kalium. Een teveel aan stikstof zorgt vaak voor veel bladgroei en minder knolvorming.
Een bodemanalyse vooraf geeft inzicht in de beschikbare voedingsstoffen. Op basis daarvan kan gericht worden bemest om een evenwichtige groei van zowel plant als knollen te stimuleren.
Ziekten en plagen
Voor zoete aardappelen zijn in Nederland slechts beperkte mogelijkheden beschikbaar voor gewasbescherming. Gelukkig is de plant van nature redelijk sterk en weinig gevoelig voor veelvoorkomende aardappelziekten.
Zo is de zoete aardappel niet vatbaar voor Phytophthora infestans, een ziekte die bij gewone aardappelen grote schade kan veroorzaken.
Wel moet rekening worden gehouden met schade door ritnaalden en woelmuizen. Daarom wordt afgeraden om zoete aardappelen direct na grasland te telen. Op dergelijke percelen is de kans op schade vaak groter.
Over het algemeen kent de teelt van zoete aardappelen weinig ziekteproblemen, waardoor het gewas aantrekkelijk is voor zowel hobbytuinders als professionele telers.
Groeiperiode
Afhankelijk van het ras hebben zoete aardappelen ongeveer 100 tot 125 vorstvrije dagen nodig om een goede opbrengst te realiseren. Voor Nederlandse omstandigheden zijn rassen met een relatief korte groeiperiode het meest geschikt.
Zoete aardappelen kennen geen vast moment waarop de knollen volledig volgroeid zijn. De knollen blijven zich ontwikkelen zolang de omstandigheden gunstig zijn. Daardoor kan een langer groeiseizoen leiden tot een hogere opbrengst, al neemt ook de kans toe op vervormde knollen.
De ideale groeiomstandigheden bestaan uit warme dagen van 25 °C tot 30 °C en koelere nachten van ongeveer 15 °C tot 20 °C. Temperaturen onder de 10 °C zorgen ervoor dat de ontwikkeling van de knollen vrijwel stilvalt.
Zoete aardappelen hebben tijdens de groeiperiode regelmatig vocht nodig. Vooral tijdens de vorming van de knollen is voldoende water belangrijk. Voorkom echter langdurig natte grond, omdat dit de kwaliteit van de knollen kan verminderen.
Zoete-aardappelplanten in Nederland
Steeds meer mensen kiezen ervoor om zelf zoete aardappelen te telen. Met gezonde zoete aardappelplanten, voldoende warmte en een zonnige standplaats is het ook in Nederland mogelijk een goede oogst te behalen. Door de juiste rassen te kiezen en tijdig te planten, kunnen hobbytuinders en professionele telers succesvol zoete aardappelen kweken.
Zoete aardappelplanten groeien uitstekend in een moestuin, kas, verhoogde bak of grote pot. Vooral een beschutte plek met veel zon draagt bij aan een goede knolvorming. De combinatie van voldoende warmte en een luchtige bodem is vaak bepalend voor het uiteindelijke resultaat.
Wie zelf zoete aardappelen wil kweken, doet er goed aan te starten met gezond en sterk plantgoed. Daarmee wordt de kans op een succesvolle oogst aanzienlijk groter.
Oogstperiode
Zodra de temperatuur in het najaar richting de 10 °C daalt, is het verstandig de oogst te plannen. Onder deze temperatuur neemt de plant nog wel vocht op, maar groeit de knol nauwelijks verder. Dit kan ten koste gaan van de kwaliteit en bewaareigenschappen.
Zoete aardappelen worden daarom meestal geoogst tussen eind september en half oktober. De exacte oogstdatum hangt af van het ras, het plantmoment en de weersomstandigheden.
Bij het rooien is voorzichtigheid belangrijk. De schil van een zoete aardappel biedt minder bescherming dan die van een gewone aardappel. Handmatig oogsten heeft daarom vaak de voorkeur boven machinaal rooien.
Kleine beschadigingen kunnen gedeeltelijk herstellen tijdens een periode van wondheling. Daarbij worden de knollen enkele dagen warm en goed geventileerd bewaard voordat ze langdurig worden opgeslagen.
Bewaring
Voor een lange bewaartijd is het belangrijk dat eventuele beschadigingen eerst goed zijn geheeld. Daarna kunnen de zoete aardappelen het beste worden opgeslagen in kisten of andere goed geventileerde opslagplaatsen.
De ideale bewaartemperatuur ligt tussen de 13 °C en 16 °C. Onder deze omstandigheden kunnen zoete aardappelen doorgaans zes tot zeven maanden worden bewaard zonder veel kwaliteitsverlies.
Was de knollen niet direct na de oogst. Vocht kan de houdbaarheid negatief beïnvloeden. Het is beter om de zoete aardappelen pas vlak voor gebruik schoon te maken.
Door zoete aardappelen op de juiste manier te oogsten en te bewaren, blijft de kwaliteit langer behouden en kun je maandenlang genieten van de oogst uit eigen tuin of van lokaal geteelde bataten.